9 juni 2015 – Ons laatste dagje samen in Abbadia a Isola.

We hebben ze al zien gaan, de pelgrims die de Via Francigena naar Rome volgen. We willen dit pad een stukje gaan lopen. Het pad loopt recht tegenover ons appartement. Maar eerst zijn we heel benieuwd naar het plaatsje Abbadia a Isola. Het dorpje was in het jaar 1000/1100 een groot kloostercomplex dat ook te verdedigen was. Het ligt in een dal, vroeger was het hier vaak nat en ook geïsoleerd.

Volgens een reconstructietekening zou het kloostercomplex in Abbadia a Isola er zo hebben uitgezien. Er is nog heel van te herkennen.
Volgens een reconstructietekening zou het kloostercomplex in Abbadia a Isola er zo hebben uitgezien. Er is nog heel veel van te herkennen.

In deze plaats is immers de herberg voor pelgrims waar ik als vrijwilligster mag werken. Het is benauwd vochtig weer. Gevolgen van het hevige onweer met de vele regen van gisteravond en vannacht.

Dat is grappig, we kunnen bijna oversteken vanuit ons appartement. Zo dichtbij is het oude kerkje met daarnaast de herberg voor pelgrims. Een Jacobs schelp hangt naast de deur met het logo van de Via Francigena. Er is alleen vogelgezang te horen.

De vroegere kloosterkerk en rechts de herberg voor pelgrims. In vroegere tijden was er ook een ziekenhuis voor pelgrims.
De vroegere kloosterkerk en rechts de herberg voor pelgrims. In vroegere tijden was er ook een ziekenhuis voor pelgrims.

De deur van de kloosterkerk staat uitnodigend open. We lopen naar binnen. We zien o.a. een heel groot fresco van Vincenzo Tamagni dat de wand siert. De kunstenaar werd maar 38 jaar oud.

Een groepje mensen met een Engels sprekende gids loopt naar binnen. Er is veel te zien. “ Beneden is een ruimte waar pelgrims ontvangen worden, ” hoor ik hem zeggen. Achter een vitrine wordt een bijzonder kistje met inscripties bewaard. We zien de afbeelding van een leeuw op het deksel. Dit kistje, waar as in zat van een overledene, is nog uit de tijd van de Etrusken. Er is een doopvont van zachte steen uit 1419, Johannes de doper voorstellend. We zien een heel klein deurtje waar het heilig oliesel werd bewaard. Dit werd gebruikt voor iemand die stervende was. Ook staat er een sarcofaag.

Linksboven: de crypte, rechtsboven: het doopvond met afbeelding van Johannes de Doper,  Linksonder: een kist met as van overledenen uit de tijd van de Etrusken. Rechtsonder: het deurtje waarachter het flesje met heilig olie wordt bewaard.
Linksboven: de crypte, rechtsboven: het doopvond met afbeelding van Johannes de Doper.
Linksonder: een kist met as van overledenen uit de tijd van de Etrusken.
Rechtsonder: het deurtje waarachter het flesje met heilig olie wordt bewaard.

Het kerkje lijkt klein maar is groter dan we hadden gedacht, wat is er veel te zien. Er is ook een suppoost in de kerk. We maken een praatje met hem. Hij komt uit Zambia en is hier als bootvluchteling gekomen. We zien dat het oude aangrenzende klooster gerestaureerd wordt. De hele sfeer ademt de tijd van vroeger uit.

Links: boven - route aanduiding pelgrimsweg lopers; onder: We drinken en praten nog wat met elkaar in het cafe. Rechts: klaprozen; we lopen een klein deel van de route Francigena; wijngaarden met rode, stenige aarde.
Links: boven – route aanduiding pelgrimsweg lopers; onder: We drinken en praten nog wat met elkaar in het cafe.
Rechts: klaprozen; we lopen een klein deel van de route Via Francigena; wijngaarden met rodbruine, stenige aarde.

We lopen nu een stukje van het pad de Via Francigena. Het pad loopt omhoog. Ik zie olijfbomen en de roodbruine stenige grond tussen de vele wijnvelden en het piepkleine begin van druiventrossen. “ Wat zal dat zwaar zijn om in deze warmte over al die bergen en dalen naar Rome te lopen,” zeggen we tegen elkaar. Klaprozen bloeien tussen de stenige grond. We lopen terug, het is tijd voor een siësta.
De lucht wordt donker, het onweer knettert er flink op los. Eind van de middag is het bijna droog.

De deur van de herberg voor pelgrims staat uitnodigend open. We lopen de trap op en horen stemmen. In de gezellige keuken wordt er druk Italiaans gesproken. Ik ruik het gerecht dat in de oven bereid wordt. De dame die voor de pelgrims zorgt spreekt alleen Italiaans. Ik leg uit dat wij gewoon even een bezoekje komen brengen maar daar begrijpt ze niets van. Ze denkt dat wij onderdak zoeken. Ik vraag om een stempel en laat onze pelgrims paspoorten zien. Dat wordt snel begrepen. Er heerst hier een vriendelijke huiselijke sfeer.

Een Franse pelgrim spreekt ons aan. Hij loopt samen met een vriend naar Assisi. Ze lopen ieder jaar 12 weken. Ze vinden de route nu erg zwaar. Hun vrouwen zijn voor de gezelligheid een dagje gekomen. Ik zie vandaag alleen oudere heren van zo rond de zestig jaar die pelgrim zijn. We lopen verder. We zien dat het groepje pelgrims samen in het restaurant wat gaan drinken. Wij komen gezellig bij hen zitten en drinken een kopje cappuccino.

Onze laatste gezamenlijke pizza, want morgen is Freek alweer thuis.
Onze laatste gezamenlijke pizza, want morgen is Freek alweer thuis.

We sluiten deze laatste dag af, we gaan in het restaurant een lekkere pizza eten. Wat hebben we een bijzondere fietsvakantie gehad. We hadden dit niet willen missen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s