3 en 4 juli – Klimmen naar de Cebreiro en verder naar Hospital da Cruz

3 juli – Klimmen naar de Cebreiro.

In het boekje van Clemens Sweerman staat een goede raad die we ter harte nemen.

Begin uitgerust aan de ruim dertig kilometer lange klim naar de Cebreiro, want deze wordt pittig en valt te vergelijken met de Roeland pas.

“ Oei, denk ik, dat wordt dus gedeelten lopend de fiets duwen, als we vroeg beginnen dan is die klus minder heet. ”  “ Buen camino” , wordt er geroepen en met een hartelijke omhelzing van de eigenaar en hospitalero vertrekken we van deze gezellige albergue. Nu gaat het gebeuren, de bergen lonken, de lange klim naar de Cebreiro! We verlaten Villafranca, wat een dorp, bergen rondom, een bruisende bergrivier, de Valcarce.

We rijden via de oude weg die langs de bergen slingert. Daarnaast zijn nieuwe snelwegen aangelegd, met geboorde tunnels en viaducten.
We rijden via de oude weg die langs de bergen slingert. Daarnaast zijn nieuwe snelwegen aangelegd, met geboorde tunnels en viaducten.

Gelijk begint het klimwerk. Prachtig, schaduw met zon op de bergen met paarse heide, achter me verschillende kerken.  Bruisend water van bergstroompjes klateren naast ons, via kleine bergdorpjes klimmen we verder. Steeds steiler zijn de hellingen en het wordt weer warm, het zoute water prikt al in mijn ogen, maar o wat is het uitzicht mooi!  Even koffie op een terras en daarna wordt het al kaler om ons heen, de blauwe lucht aan de toppen, wat is het mooi! Dit is afzien en super zwaar.. Zo nu en dan de fiets lopend omhoog duwen met het blik op oneindig..

Nog meer pelgrims s
Nog meer pelgrims.

Je hebt dan amper energie voor de prachtige uitzichten. Wij nemen vaak even pauze, het liefst in de schaduw de koele wind voelen en van het uitzicht genieten. We klimmen steeds hoger. “ Hoe lang is het nog naar de Cebreiro?” vraag ik me af. Het is best heel zwaar, praten doen we nu niet, daar is geen energie voor. Na uren klimmen zijn we er, bij de Cebreiro, 1300 meter hoog, dit hebben we bereikt en dat geeft voldoening. “ We hebben de Dom toren meer dan 10 keer beklommen”, zegt  Freek.

Op de top van de Cebreiro
Op de top van de Cebreiro.

 Even een daling, heerlijk wat voelt dat anders dan die ruim 30 km klimmen!  We zien na de volgende helling het : Pelgrimsbeeld Alton San Roque.

 

Weer een top de Alto San Roque
Weer een top de Alto San Roque.

 

We zijn moe en vinden in het kleine dorpje Hospital een albergue. Vannacht slapen we allebei op een bovenbed, eens moet het voor mij de eerste keer zijn. De particuliere albergue hier is niet gezellig, het heeft geen ziel. De eigenares int alleen het geld, verder maakt ze totaal geen contact. Geld verdienen is prioriteit, zo te zien. Een koffiemaschine  is er niet. Er zijn twee Franse dames uit Bretagne die een deel van de camino lopen. Met hen maken we een praatje.  Wij gaan even naar het boerendorpje om een pelgrims menu te eten. Het eten hier is maar zo zo, niet op smaak gemaakt, meer maagvulling. Dit dorpje is wel heel klein, er zijn maar enkele boerderijen. Morgen gaan we verder dalen maar zeker ook klimmen. Het voelt vreemd dat we naar het einde van deze pelgrimsroute gaan.  We hebben nog  zo’n 150 km naar Santiago voor de boeg. ‘ Het venijn zit hem in de staart ’, horen we om ons heen. Als je denkt dat je de zware hellingen hebt gehad dan heb je het mis. Want er volgen nog veel korte steile klimmetjes  voordat we Santiago bereiken. Maar dat zien we dan wel weer!

Ontmoetingen onderweg.

We spreken elke dag veel pelgrims, uit alle hoeken van de wereld, we hebben veel met elkaar gemeen, want we zijn immers allemaal onderweg naar Santiago de Compostella. Niet elk contact is een ontmoeting. Zopas toen we ons Pelgrimsmenu zaten te eten stond er in het dorpsrestaurant van Hospital een oude man steeds maar vriendelijk naar ons te glimlachen. Zo’n dorpsrestaurant  heeft een sociale functie. We zien dat hij geniet van deze plek. Als we afrekenen en willen vertrekken spreekt hij ons stralend in het Nederlands aan. “ Ik zag wel dat u uit Nederland komt, ik heb vroeger in Oss gewerkt en heb het daar erg naar mijn zin gehad!” Een stralende lach volgt met een “ Tot ziens! ”

 

Marian 73 jaar.

Wat leuk, we treffen Nederlanders in een restaurant waar we allemaal ons Pelgrimsmenu eten. Er wordt vrolijk en druk met elkaar gepraat.  Marian vertelt: “ In Vezelay ben ik aan deze tocht begonnen en nu ben ik al bijna in Santiago, ongelooflijk, het is al bijna voorbij. Ik liep in Frankrijk en nergens kon ik een slaapplek vinden. Toen ben ik gaan liften en vriendelijke mensen brachten me in een auberge. Die hulp ervoer ik als een engeltje op mijn schouder. En, ik liep dagen helemaal alleen in verlaten oorden in Frankrijk. Ik was helemaal alleen maar zo voelde het niet. Ik voelde me één met de natuur, angsten werden van me afgenomen, het was zo bijzonder, om nooit kwijt te raken. 

 

4 juli. Verder naar Hospital da Cruz.

Nog vroeg in de morgen zien we de wolken onder ons. Het lijkt wel, el of we in een vliegtuig zitten
Nog heel vroeg in de morgen zien we de wolken onder ons. Het lijkt wel of we in een vliegtuig zitten.

 Het is nog vroeg en lekker koel als we verder klimmen. O, o, o, wat is het prachtig mooi, de wolken liggen als zilveren watten dekens in het dal. De wind wind waait hierboven op ruim 1300 meter. En daar beneden blijven wolken als mist hangen. Italiaanse wandelaars maken een foto van ons, ik krijg een bloemetje aangereikt als ik vertel van onze mooie tocht vorig jaar in hun  land. We komen op een volgend hoog punt: Alton de Poio 1335  meter. De zilveren watten dekens drijven in het dal, wat een fantastisch gezicht!

“Ik voel een slinger in mijn achterwiel, er is vast een spaak gebroken”, zegt Freek. Hij kijkt en het klopt. Nu maar voorzichtig verder afdalen en straks de dichtstbijzijnde fietsenmaker opzoeken.  In het boekje van Clemens Sweerman lezen we dat er in Sarria, over ruim 40 kilometer een fietsenmaker is. Nu volgt de spectaculaire  daling met de wind pal tegen. Oei, wat is het een lawaai om me heen met die loeiharde ijzig koude wind!  We komen in Triacastela, drinken koffie in een café waar nu al op maandagmorgen vroeg dronken kerels hard schreeuwend met elkaar praten..  We rijden verder, steeds dalen maar ook klimmen. We rijden Sarria binnen. Hoe vind je een fietsenmaker in een vreemde grote stad? Gewoon maar vragen, veel bereidwillige inwoners wijzen ons met gebaren de weg. Zo komen we er wel. Ook mijn fiets laat ik weer even nakijken, in het achterwiel zit nog een kleine slinger. Over een uur mogen we ze ophalen. Ondertussen gaan we ergens wat eten.  De fietsen zijn weer gerepareerd, in mijn achterwiel zat opnieuw een gebroken spaak. Wat zijn we blij met deze fietsenmaker, hij heeft een extra fooi verdiend! De fietsen hebben ons ook al bijna 2150 kilometer verder gebracht! Nog ruim 150 km fietsen en dan zijn we al in Santiago de Compostella! We zijn van plan daarna met de bus naar Finisterra te gaan, het ‘einde van de wereld’.

 

Wat is een goede fietsenmaker belangrijk. Deze repareert scooters, grasmaaimachines, motoren en fietsen.
Wat is een goede fietsenmaker belangrijk. Deze repareert scooters, grasmaaimachines, motoren en fietsen, kortom alles wat rijdt.

Onze fietsen en een paar tassen laten we door het transportbedrijf Soetens naar huis vervoeren. We hebben ook nog tijd over voor vrije dagen. De terugvlucht is geboekt op 19 juli van Santiago naar Amsterdam.Het vele klimmen gaat maar door. In Portomarin zoeken we een slaapplek maar overal is geen bed meer te krijgen. Ook in de hotels is geen bed meer over. We merkten het al hier naar toe. Hoe dichter je bij Santiago komt, des te meer pelgrims kom je tegen. Om een compostellaat te krijgen moet er 200 km gefietst of 100 km gewandeld zijn. We zien hele groepen lopen met amper bepakking, dat wordt voor de mensen naar het volgende punt gebracht.

Het wordt heet, we fietsen verder en we denken:” Waar is nog een bed voor ons?” Maar het komt goed. In Hospital Da Cruz, daar vinden we plek in net zo’n albergue als gisteren. Ook nu spreiden we ons bovenbed  met opnieuw boven mijn hoofd een dikke balk. Het uitzicht op de bergen is zo mooi. Beneden me ligt een oude stevige man, ik voel het bed schudden, welterusten.

Onze slaapzaal
Onze slaapzaal
Advertenties

3 gedachtes over “3 en 4 juli – Klimmen naar de Cebreiro en verder naar Hospital da Cruz

  1. Als ik lees dat er na zo’n zware tocht geen bed meer is dat moet ik even denken aan het stalletje in Bethlehem!? Maar je hebt dus kans dat het zo dicht bij Santiago vaker voor zal komen? Nog maar dik 100 km, het gaat lukken en nog tijd over, geweldig.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s